Gevallen bladeren, vijand van onze trams

De herfst sluipt stilaan de stad binnen. Een periode waarin zowel onze bestuurders als reizigers extra goed moeten opletten. Mist, schemering en regen beperken de zichtbaarheid. En we zitten volop in het seizoen van de vallende bladeren… ook op onze sporen. Wat zijn de gevolgen voor ons net? Wat doen we hier aan? Een beetje meer achtergrond.

Een langere remafstand

Tijdens de herfst vallen de bladeren en troepen ze samen. Een tram die over deze dode bladeren rijdt, drukt ze samen en dat zorgt voor een soort smeersel op de sporen. Rijden over droge bladeren kan zelfs voor rookontwikkeling zorgen! De tram zal er in elk geval langer over doen om te stoppen omdat zijn wielen minder grip hebben.

Daarom waarschuwen we de andere weggebruikers in deze periode dat de tram altijd voorrang heeft: onze bestuurders hebben het moeilijker om hun voertuig tot stilstand te brengen op deze gladde sporen. We herinneren onze bestuurders hier uiteraard ook aan tijdens opfrissingscursussen: rijd defensief, houd een veilige afstand en pas je snelheid aan aan de weersomstandigheden.

MIVB safety tram

Maar daarnaast kunnen we ook rekenen op twee extra troeven : onze « schoonmaaktram » (voertuig 7055) die op zijn aanhangwagen een hogedrukspuit heeft staan die de sporen vrijmaakt; en een voertuig dat zowel op de weg als op de sporen kan rijden en zand strooit. Dat zand verhoogt de grip van de wielen op de sporen. Dat voertuig, de Unimog weg-spoor, rijdt drie keer per dag langs de meest gevoelige plekken op ons net.

de schoonmaaktram (7055) – foto (c) Quentin Joschko

Unimog weg-spoor - foto (c) Quentin Joschko

Unimog weg-spoor – foto (c) Quentin Joschko

Unimog weg-spoor - foto (c) Quentin Joschko

Unimog weg-spoor – foto (c) Quentin Joschko

Voertuig 7019 vervoert zand en vult de voorraad aan in het station - Foto (c) Quentin Joschko

Voertuig 7019 vervoert zand en vult de voorraad aan in het station – Foto (c) Quentin Joschko

De schoonmaaktram (7055) rijdt vooral op lijnen met veel bomen. Lijnen 3, 7, 19, 39, 44, 82, 93 en 94 worden het meest getroffen door dit fenomeen.

Onze nieuwe trams detecteren problemen met grip en strooien automatisch zand. Onze bestuurders kunnen ook manueel strooien als ze het gevoel hebben dat ze glijden.

We kunnen ook rekenen op onze samenwerking met Net Brussel : wij rijden rond en noteren op welke plaatsen er veel dode bladeren liggen. We sturen hen dat verslag, met van elke plaats een beschrijving. Net Brussel komt dan snel tussen om de dode bladeren op te ruimen.

We mikken dus vooral op preventie en stellen alles in het werk zodat onze trams in alle veiligheid kunnen rijden. Dat werpt zijn vruchten af: het aantal ongevallen daalt en voor al onze inspanningen kregen we de Europese PRAISE Award voor verkeersveiligheid.

Beperkte zichtbaarheid

De herfst is ook dè periode waarin de zichtbaarheid beperkt kan zijn. Schemering, al dan niet in combinatie met regen… Of erger nog mist. Plots opduikende en verstrooide reizigers zijn een nachtmerrie voor een trambestuurder. Hij kan onmogelijk uitwijken en moet rekening moet houden met een lange remafstand.

Trambestuurder Yassine stuurde ons daar onlangs een bericht over. Hij maakte zich ongerust. “Kunnen jullie de reizigers vragen extra waakzaam te zijn? Er is de laatste tijd veel mist en de mensen zien de tram niet aankomen. Als bestuurder lopen de rillingen dan zo over je rug. Er werd over niet anders gesproken in de stelplaats.”