Zone 30: welke gevolgen voor het Brussels openbaar vervoer?

Je hebt het ongetwijfeld al gehoord of gelezen: vanaf 1 januari 2021 wordt het hele Brusselse gewest een zone 30. Wat betekent die “Stad 30” nu voor wie reist met het Brusselse openbaar vervoer? Ga je langer moeten wachten op je bus, tram of metro omdat onze voertuigen trager moeten rijden? We leggen je uit hoe we deze drastische wijziging bij de MIVB hebben voorbereid en wat de gevolgen zijn voor onze reizigers.

Metro en tram

Laat ons beginnen met het eenvoudigste: de metro. Het zal niemand verbazen dat er voor de metro niets verandert. Onze ondergrondse rijdt vrij van alle verkeer, op eigen sporen en dus niet op de openbare weg. Ons metrosysteem opereert volgens zijn eigen specifieke regels.

Hetzelfde geldt voor de tram. Ook onze trams zijn spoorvoertuigen en per definitie niet onderworpen aan de wegcode en dus de zone 30. Op heel wat plaatsen rijden onze trams in eigen bedding, vooral langs grote lanen. Denk bijvoorbeeld aan de lijnen 62 en 7 op de Leopold III-, Lambermont- of Generaal Jacqueslaan.

In alle andere zones, vooral waar de tram tussen het gewone verkeer rijdt, zullen onze bestuurders hun snelheid en rijgedrag aanpassen. Want ook voor ons is verkeersveiligheid een absolute prioriteit!

Wat met de bus?

Onze bussen zijn een ander verhaal. Zij begeven zich in het normale verkeer waar vanaf 2021 de algemene regel van zone 30 geldt. Stel nu dat onze bussen plots veel meer tijd nodig hebben om hun volledige rit af te leggen? Ga je langer moeten wachten?

Om dat te vermijden zal de MIVB, indien nodig en mogelijk, meer voertuigen en bestuurders inzetten. Zo kunnen dezelfde frequentie en uurroosters behouden blijven.

In de spits zullen de gevolgen over het algemeen nog wel meevallen. Onze voertuigen kunnen dan door het drukke verkeer toch amper sneller rijden. Dat is vandaag al zo en er verandert dus weinig. In de daluren en ’s avonds denken we dat de gevolgen mogelijk groter zullen zijn.

Helft Brusselse gewest al zone 30

Nog een meevaller: het zal je misschien verbazen maar vandaag is al de helft van het Brusselse gewest zone 30. Denk bijvoorbeeld aan de Vijfhoek, Jette, Elsene, Schaarbeek en nog andere gemeenten.

Er zijn ook grote verkeersassen, waar uitzonderlijk nog 50 km/u of soms zelfs nog 70 km/u zal mogen gereden worden. Ook daar verandert in principe weinig. De keuze waar deze uitzonderingen gelden werden gemaakt in overleg met alle betrokken partijen: het Gewest en de gemeenten, maar ook politie, brandweer, hulpdiensten en de MIVB.

Op het kaartje krijg je een idee van de uiteindelijke keuze. Je kan ook de interactieve kaart bekijken.

Herberekening rittijden

Voor de plaatsen waar er wel gevolgen dreigen, maakten onze experts berekeningen om de nieuwe rittijden te schatten. Ze baseren zich daarvoor op bestaande data. Al die gegevens hebben we gebruikt om nieuwe dienstregeling te maken die zal gelden vanaf 2021.

Bij de MIVB hebben we gelukkig veel ervaring met zo’n veranderingen, omdat dit in het verleden al vaker op heel wat plaatsen is gebeurd. Maar deze keer is het toch anders. Het gaat om een ingrijpende verandering en er blijven veel onbekende elementen. Zullen de automobilisten hun gedrag snel aanpassen? Krijgen we andere mobiliteitsgewoontes? En wat zijn de gevolgen voor het openbaar vervoer op lange termijn?

Onze experts volgen de situatie dan ook zeer nauwgezet op in de eerste maanden van 2021. Zo kunnen ze onze dienstregelingen en rittijden aanpassen aan de realiteit op het terrein.

Waarom Brussel zone 30?

Waarom voert het Gewest trouwens over heel haar grondgebied zone 30 in? De belangrijkste doelstelling van “Stad 30” is verkeersveiligheid. Met de maatregel mikt Brussel op termijn op 0 doden en 0 zwaargewonden in het verkeer, de zogenaamde “vision zero”. Door als algemene regel de zone 30 in te voeren, moet Brussel een meer leefbare, gezonde en verkeersveilige stad worden. Net zoals bijvoorbeeld Helsinki, waar in 2019 geen kinderen, fietsers of voetgangers zijn gestorven in het verkeer.

Uit onderzoek van Vias, het instituut voor verkeersveiligheid, blijkt trouwens dat bij 50 km/u een voetganger in 45 procent van de gevallen sterft, terwijl dat bij 30 km/u slechts 5 procent bedraagt.

Andere voordelen van de lagere snelheid: er is minder lawaai in de stad en het wordt aangenamer en veiliger voor zachte weggebruikers. Die laatsten nemen zo minder snel hun wagen en zo wordt de vicieuze cirkel doorbroken. En daar zien we op lange termijn een voordeel voor onze reizigers, want minder wagens betekent een vlotter openbaar vervoer.

Vragen over Stad 30? Bekijk de FAQ

Brussel mobiliteit