MIVB stories, welkom achter de schermen van de MIVB
MIVB stories, WELKOM ACHTER DE SCHERMEN VAN DE MIVB
MIVB stories

Hoe een mol bijna het logo van de Brusselse metro werd

Logo van een mol rechts en het logo van de Brusselse metro rechts

Hoe een mol bijna het logo van de Brusselse metro werd

Bij de opening van de Brusselse metro op 20 september 1976 verschijnt aan de stations voor het eerst de intussen iconische M. Eerder dat jaar kiezen 1.200 Belgen voor het ontwerp van Jean-Paul Emonds-Alt als het logo voor de metro. Maar er zijn ook andere kandidaten, waaronder een mol. We doken in de MIVB-archieven, zochten in oude krantenartikels en naslagwerken en reconstrueerden het verrassende verhaal achter het bekendste symbool uit het Brusselse straatbeeld.

Je ziet het vandaag in de hoofdstad bijna zonder het nog echt te bekijken. Een opvallende witte M tegen een azuurblauwe achtergrond. Iedereen weet: hier begint de metro. Het teken is al een halve eeuw zo vanzelfsprekend dat het lijkt alsof het er altijd geweest is.

Wij ontdekten dat achter die eenvoudige M een ingewikkeld verhaal schuilt. Want vóór de M van Emonds-Alt, had Brussel kort een andere M. Die maakte plaats voor een T. En toen de echte metro eraan kwam, organiseerde België een nationale ontwerpwedstrijd. Een van de kandidaten was een mol. Een andere kwam uit Antwerpen en mocht buiten competitie mee naar de finale.

Uiteindelijk koos het grote publiek voor de M die we vandaag kennen. En zelfs die zag er aanvankelijk nét iets anders uit.

Eerste Brusselse M dateert niet uit 1976, maar uit 1969

Het verhaal begint niet bij de metro, maar bij de premetro, waar de trams in afwachting van de ombouw naar een echte metro ondergronds rijden. Op 17 december 1969 huldigt Koning Boudewijn het eerste stuk Brusselse premetro in op de oost-westas. Die telt zes stations tussen Schuman en De Brouckère. Die stations hebben een eigen herkenningsteken nodig. Zo kunnen reizigers bovengronds makkelijk de ingang vinden.

Dat logo is een blauwe cirkel, een grote gestileerde M en een opvallende gele pijl die naar beneden wijst. In december 1969 staat bij elke stationsingang zo’n M, vaak op een paal. Opvallend detail: die M blijft niet beperkt tot stationsingangen. Ook op de voorkant van de PCC-trams die in de premetro rijden, wordt een klein M-teken aangebracht.

Links een M in een blauwe cirkel met gele pijl, rechts een T in een blauwe cirkel met gele pijl.
De M met pijl verschijnt eind ’69 maar maakt amper een jaar later plaats voor een T met pijl.

Waarom de Brusselse M in 1970 een T wordt

Een jaar na de opening van de oost-westas staat met de “Kleine Ring” een tweede stuk premetro klaar. Op 21 december 1970 neemt de MIVB een ondergronds traject van ongeveer twee kilometer tussen Naamsepoort en Madou in dienst. Kort voor de opening wordt een opmerkelijke beslissing genomen. De M die amper een jaar bestaat, maakt plaats voor de T van tram.

Het ontwerp blijft grotendeels hetzelfde. De cirkel en de grote neerwaartse pijl blijven, maar in het midden staat voortaan een T. Uit historische foto’s blijkt dat de pijl niet altijd uitsluitend naar beneden wijst. Om een stationsingang verderop aan te duiden staat de pijl ook soms naar links of rechts gericht.

Er is dus al een Brusselse M, zeven jaar voordat de eerste echte metro rijdt. Alleen is deze M geen lang leven beschoren, zoals blijkt uit het boek “Les 50 ans du Métro de Bruxelles” van voormalig MIVB-ingenieur Christian Dochy. Amper een jaar later wordt beslist dat de letter eigenlijk niet klopt met wat er onder de grond rijdt. Dat zijn tenslotte nog altijd trams.

Waarom België in 1976 één nationaal metrologo zoekt

Midden jaren ’70 verandert alles opnieuw. De ombouw van de premetro tot een echte “zware” metro komt dichterbij. Het toenmalige nationale Ministerie van Communicatie, op dat moment bevoegd voor “Verkeerswezen”, beslist om de Brusselse metro officieel in te huldigen op 20 september 1976. Het gaat om een stuk van 11 kilometer met een gemeenschappelijk deel tussen De Brouckère en Merode en twee vertakkingen richting Beaulieu en Tomberg.

Voor de eerste echte metro is een nieuw logo nodig. Het ministerie schrijft daarvoor een nationale wedstrijd uit. Uit een artikel van La Dernière Heure van 15 juni 1976 blijkt dat het teken bedoeld is om de toegang tot de metro aan te duiden in “alle Belgische steden die over dat vervoermiddel zouden beschikken”.

Naar goede Belgische gewoonte zijn er immers plannen om ook in Vlaanderen en Wallonië een volwaardige metro aan te leggen, respectievelijk in Antwerpen en Charleroi. Concrete plannen, want de Antwerpse premetro opent op 25 maart 1975 en die van Charleroi op 21 juni 1976. Dat beide nooit een echte metro worden, is een ander verhaal.

Het logo met T en de M, tentoongesteld in Qartier (station Beurs) voor de tentoonstelling rond de 50ste verjaardag van de metro.

Aan welke voorwaarden moet het nieuwe metrologo voldoen?

De kandidaten die deelnemen aan de wedstrijd krijgen geen carte blanche. Hun ontwerp moet een aantal regels in acht nemen. Het toekomstige teken moet eenvoudig zijn, makkelijk herkenbaar en duidelijk zichtbaar. De ontwerpers mogen geen rood en groen gebruiken, omdat die kleuren verwarring kunnen veroorzaken met verkeerslichten en -borden.

Nog een opvallende passage uit het wedstrijdreglement bepaalt dat het teken niet gebruikt mag worden op metrostellen, uurroosters, netplannen enzovoort. La Dernière Heure merkt zelfs droogjes op dat daarvoor dan wellicht een andere wedstrijd nodig zal zijn.

Het nieuwe teken krijgt dus een zeer specifieke functie en dat is bovengronds de toegang tot een metrostation aangeven. Niet meer, niet minder. De nieuwe M is niet bedoeld als een algemeen logo dat overal op de metro moet verschijnen.

Zelfs de fysieke plaatsing is gereglementeerd. De grootste afmeting mag volgens de krant niet meer dan 95 centimeter bedragen en het zwaartepunt van het bord moet zich ongeveer drie meter boven de grond bevinden.

Hoe verliep de wedstrijd voor het Belgische metrologo?

De keuze van het nieuwe metrologo verloopt in twee rondes. Eerst is er de nationale ontwerpwedstrijd. Een vakjury beoordeelt daarin vijf ontwerpen. De drie met de hoogste scores gaan door naar een publieksreferendum, waarbij inwoners uit 5 Belgische steden de winnaar kiezen.

Vijf ontwerpen, waaronder een mol

Ontwerp I trekt meteen de aandacht. Een mol! Meer dan waarschijnlijk een metafoor voor de metro die zich net zoals een mol zich via tunnels onder de grond verplaatst. Hij haalt slechts 5 punten en eindigt daarmee buiten de top drie. We zullen dus nooit weten of het idee achter het logo het grote publiek had kunnen verleiden. Als mascotte zou hij wellicht een mooie carrière hebben gehad.

De andere logo’s krijgen respectievelijk 3, 8, 7 en 6 punten. Ontwerpen III, IV en V gaan door naar het publieksreferendum.

Een uittreksel uit het juryverslag. Deze 5 logo’s schoppen het tot op de shortlist. De drie met de meeste punten (III, IV en V) gaan door naar het publieksreferendum. De mol valt af.

Antwerpen krijgt een wildcard

Het logo van de Antwerpse premetro

En dan gebeurt iets opvallends. Naast de drie geselecteerde ontwerpen voegt het ministerie ook het voorlopige logo van de Antwerpse premetro aan de stemming toe. In de archieven vinden we niets over het hoe en waarom van deze beslissing.

Het Antwerpse logo krijgt rechtstreeks een plaats in de publieksronde. De kiezer krijgt zo vier tekens voorgeschoteld: de drie laureaten van de wedstrijd en het blauw-gele teken van de Antwerpse premetro.


1.200 Belgen kiezen de winnaar

In de tweede ronde mogen 1.200 mensen uit vijf grote Belgische steden – Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en Charleroi – hun voorkeur uitspreken.

Het ontwerp van Jean-Paul Emonds-Alt, dat bij de vakjury maar op de derde plaats eindigt, overtuigt wél het grote publiek. Volgens La Dernière Heure stemt maar liefst 59 procent van de deelnemers ervoor. Een duidelijke meerderheid kiest voor de witte, gestileerde M op een lichtblauwe achtergrond, met rechtsonder een kleine pijl.

Het artikel uit La Dernière Heure van 15/06/1976. Rechtsboven zie je dat ook het logo van de Antwerpse premetro als een van de kandidaten om het nationale metrologo te worden.

Emonds-Alt ontvangt als winnaar 100.000 Belgische frank. Voor de verdere technische uitwerking komt daar nog eens 50.000 frank bij. Enkele dagen voor de inhuldiging van de Brusselse metro vervangen arbeiders alle T’s door de M van Emonds-Alt.

De winnaar van het publieksreferendum: de originele M, met pijl.

Wie is Jean-Paul Emonds-Alt?

Jean-Paul Emonds-Alt aan het werk aan een beeld van Monet.

Jean-Paul Emonds-Alt wordt in 1928 geboren in Etterbeek en studeert beeldhouwkunst aan La Cambre, in het atelier van Oscar Jespers, van wie hij later assistent wordt. Vanaf de jaren ‘60 legt hij zich voornamelijk toe op design en op de relatie tussen industriële producten, vorm en omgeving. Later doceert hij ook aan La Cambre en aan de academie van Bosvoorde.

In 1976 is hij geen onbekende in de Belgische designwereld. Zijn metrologo past perfect in de zoektocht naar een eenvoudige vorm met een duidelijke functie. Het teken is niet zomaar een letter uit een lettertype.

Het lijkt op een lint dat tot een M wordt geplooid, waarbij een van de benen breder wordt uitgewerkt. Het resultaat is eenvoudig genoeg om van ver te herkennen en eigenzinnig genoeg om nergens anders op te lijken.

Jean-Paul Emonds-Alt sterft op 13 augustus 2014 op 86-jarige leeftijd.

Waarom verdween de pijl uit het winnende metrologo?

Het logo dat in 1976 wint, is niet helemaal het ontwerp dat vandaag boven onze stations hangt. Op het oorspronkelijke ontwerp van Emonds-Alt staat rechtsonder nog een kleine diagonale pijl. Wanneer dat gebeurt en waarom, hebben we niet kunnen achterhalen. Misschien bleek de M alleen duidelijk genoeg? Of vond iemand de extra pijl grafisch overbodig?

De M die je vandaag in het straatbeeld ziet, zonder pijl. Waarom de pijl verdween is een raadsel.

Waarom staat dezelfde M ook in Charleroi?

Ook in Charleroi duikt de M van Emonds-Alt op aan de toegangen tot de “Métro Léger”. Dat is geen toevallige kopie van een Brussels logo maar het past precies bij de nationale ambitie van de wedstrijd uit 1976. Charleroi heeft geen zware metro zoals Brussel. De Waalse vervoersmaatschappij TEC spreekt officieel over de Métro Léger de Charleroi, een lichte metro waarop trams rijden. Brussel kreeg dus de zware metro, Charleroi de lichte. Dezelfde M wijst in beide steden de weg.”

Metrostation Moulin in Charleroi

Waarom koos Antwerpen een ander logo?

Het logo van de Antwerpse premetro zie je vandaag nog altijd in Antwerpen.

Antwerpen kiest eigen weg

En dan is er opnieuw Antwerpen. Het Antwerpse teken dat in 1976 als extra kandidaat aan het referendum wordt toegevoegd, verliest de stemming. Maar het verdwijnt niet. In tegenstelling tot Charleroi kiest Antwerpen niet voor de M. Het geel-blauwe premetroteken blijft deel uitmaken van het Antwerpse straatbeeld.

Dat leidt vandaag tot een paradox. Terwijl De Lijn vandaag zelf spreekt over de Antwerpse metro, zie je aan hun stations niet de M van Emonds-Alt. Beseffen de Antwerpenaren dat ze geen echte metro, maar een premetro hebben? Zijn ze in de Koekenstad ten prooi gevallen aan een zeldzame vlaag van bescheidenheid?

Van lichtbak naar digitale totem

Terug naar Brussel, waar de M intussen al 50 jaar het straatbeeld siert. Decennialang gebeurt dat via de bekende verlichte metroborden aan de stationsingangen: eenvoudige, afgeronde lichtbakken met de witte M tegen een blauwe achtergrond. De technologie is eenvoudig, de herkenbaarheid groot.

Die vertrouwde borden krijgen in 2024 een opvolger. Vanaf dan worden in totaal 130 nieuwe digitale infoborden geplaatst bij de 69 Brusselse metrostations. Met die nieuwe totems krijgt de M van Emonds-Alt een nieuwe drager.

De afgeronde rechthoek van de oude borden maakt plaats voor een onregelmatiger blauw vlak. De organische vorm verwijst naar de Brusselse art nouveau en sluit aan bij designelementen die ook op de Brusselse bussen, trams en metrostellen terugkeren.

Het verschil is vooral functioneel. Op de digitale borden verschijnen de wachttijden in realtime. Aan één zijde vindt de reiziger ook een interactieve routeplanner, een stratenplan en informatie over andere vervoersmogelijkheden in de buurt. De inhoud kan bovendien vanop afstand worden aangepast bij incidenten of grote evenementen.

De nieuwe borden krijgen in 2026 een Red Dot Award voor Product Design, een internationale designprijs voor hun vormgeving en integratie in de stad. Niet slecht voor een M die bij de vakjury ooit maar de derde plaats kreeg.

De M op de nieuwe digitale “totems”.

FAQ

Wanneer werd het huidige metrologo gekozen?

Het logo werd gekozen in 1976, in de aanloop naar de opening van de eerste echte Brusselse metrolijn op 20 september van dat jaar.

Wie ontwierp het logo van de Brusselse metro?

De bekende M werd ontworpen door de Brusselse kunstenaar en designer Jean-Paul Emonds-Alt. Zijn ontwerp won in 1976 een publieksstemming waaraan 1.200 mensen uit vijf Belgische steden deelnamen.

Kon een mol echt het logo van de metro worden?

Een ontwerp met een mol behoorde tot de vijf voorstellen die door de vakjury werden beoordeeld. Het kreeg vijf punten en haalde de publieksronde niet. Het publiek heeft de mol dus nooit kunnen kiezen.

Was de M alleen voor Brussel bedoeld?

Nee. De wedstrijd was nationaal opgevat en zocht een herkenningsteken voor metrotoegangen in Belgische steden. De M van Emonds-Alt is daarom ook terug te vinden in Charleroi. Pasted markdown

Waarom zie je de M vooral boven stationsingangen?

Omdat het teken specifiek daarvoor werd ontworpen. Het wedstrijdreglement bepaalde dat het de bovengrondse toegang tot een metrostation moest aanduiden en niet bedoeld was voor metrostellen, uurroosters of netplannen.

Had het oorspronkelijke logo een pijl?

Ja. Op het winnende ontwerp stond rechtsonder nog een kleine diagonale pijl. Op de huidige versie ontbreekt die. Wanneer en waarom ze verdween, hebben we niet kunnen achterhalen.

Gerelateerde artikelen
Deel