De MIVB grenzeloos : 60 jaar verschil tussen deze foto’s

Ter gelegenheid van 60 jaar MIVB doken we in onze archieven op zoek naar foto’s van ons net toen en nu. Het resultaat is soms opvallend!

Centraal station

In de aanloop naar de Wereldtentoonstelling van 1958 koopt de MIVB 150 nieuwe autobussen. Aan boord één enkele medewerker: de bestuurder die ook de rol van ontvanger op zich neemt (One Man Car). De MIVB zet de autobussen aanvankelijk in om nieuwe stadsdelen te bedienen. Tegelijkertijd start de MIVB ook met het vervangen van tramlijnen door buslijnen.
Tussen 1956 en 1970 worden 23 nieuwe buslijnen in dienst gesteld. De vloot bussen bereikt in 1980 een hoogtepunt met 595 bussen.
Om te beantwoorden aan het stijgend aantal klanten blijft de MIVB investeren in de uitbreiding van haar busvloot. Ze verhoogt onder meer het aandeel gelede bussen, die een grotere capaciteit hebben.

Elsensesteenweg

De Eurotram (tram 7501) is een prototype ontworpen door de MIVB in samenwerking met de Belgische constructeurs ACEC en La Brugeoise et Nivelles. Het is de eerste gelede tram van het type PCC ter wereld. In vergelijking met de trams uitgerust met een aanhangwagen, heeft deze het voordeel door slechts één ontvanger te worden bediend. De geleding stelt in staat de trams te verlengen en dus meer reizigers te vervoeren. De Eurotram wordt in 1962 getest op lijn 16 omdat de Elsensesteenweg, door de uitzonderlijk steile helling, één van de moeilijkste routes in de stad is. De huidige lijn 71 wordt uitgebaat met gelede bussen. Het is één van de drukste van het net en bestemd om te worden omgevormd tot een tram.

Wetstraat

Sinds het begin van de jaren 60 wordt de Brusselse verkeerssituatie onhoudbaar. Naarmate het aantal personenwagens stijgt, verliest het openbaar vervoer aan efficiëntie, verslechtert zijn imago en verminderen de reizigersaantallen. De MIVB beschouwt een scheiding van openbaar vervoer en privé-autoverkeer als de enige uitweg. Dat kan alleen door het openbaar vervoer ondergronds te laten rijden. In een eerste fase worden de toekomstige metrotunnels uitgebaat met behulp van trams. Gedurende het eerste jaar premetro-exploitatie, stijgt het aantal reizigers met nagenoeg 40%.

Werf van de metro

Vanaf 1965 herschept de aanleg van de toekomstige metrotunnels grote delen van Brussel tot een ware werf. De uitvoering van dit gigantische project vereist per werfonderdeel ongeveer één jaar planning, drie jaar ruwbouw en één jaar afwerking. De tunnels bevinden zich gemiddeld een tiental meter onder het straatoppervlak. Om de uitgevoerde werken meteen rendabel te maken, worden in de fase die de metro voorafgaat tramvoertuigen in deze tunnels ingezet, de zogenaamde premetro. Tegenwoordig helpt hoogtechnologisch materiaal een handje bij het totstandkomen van zo’n  architectonische hoogstandjes. Dat is te zien in het station Schuman dat momenteel helemaal wordt gerenoveerd.

Vismarkt

De allereerste premetrolijn wordt in dienst gesteld in 1969 tussen Schuman en De Brouckère. Ze heeft een bovengrondse eindhalte op de Vismarkt, waar de reizigers aan een keerlus kunnen in- en uitstappen. Dankzij de “blauwe snor” op de voorzijde van de eerste gelede trams kunnen de reizigers deze van ver herkennen. Deze premetrolijn wordt op 20 september 1976 als eerste omgevormd tot volwaardige metrolijn. Vandaag rijdt de metro hier enkele meter onder het straatniveau.

Levering van een metrostel

Nadat de eerste metrostellen tijdens de winter van 1974 in Delta worden geleverd, ondergaan ze uitgebreide testen voordat ze voor het reizigersvervoer worden ingezet. De inwijding van de 1ste metrolijn van 9,8 km op de oost-westas in 1976 is een succes: 15,7% van de reizigers maakt
gebruik van deze lijn, die slechts 3% van het net vertegenwoordigt. De meest recente metrostellen, bijgenaamd “boa”, verschijnen vanaf 2007 op het net. Dit nieuwe materieel biedt, samen met de lusvorming van de Kleine Ring, een capaciteitstoename van bijna 40% op het net, én een
verbetering van het reizigerscomfort.

Romeinsesteenweg

Stelplaats Woluwe

Deze site is een goed voorbeeld van het beleid dat sinds de regionalisering in 1989 wordt gevoerd. De MIVB is de eerste  penbaarvervoersmaatschappij die met haar voogdijoverheid, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een beheersovereenkomst afsluit. De MIVB moet inzetten op klantentevredenheid en dit door de kwaliteit van haar diensten steeds te verbeteren. In ruil verbindt het Gewest zich ertoe in het openbaar vervoer te investeren en de nodige maatregelen te nemen om de reissnelheid te verhogen. De tram 2000 geniet zo van een eigen bedding. De regionalisering valt samen met een heropleving van de tram.

Opleidingscentrum voor trambestuurders

Het opleidingscentrum voor trambestuurders is in 1954 in de Evenepoelstraat in Schaarbeek gevestigd. In 1981 verhuist het samen met het opleidingscentrum voor buschauffeurs naar Haren. Naast rijtechnische vaardigheden staan, dankzij de beheersovereenkomst, aandacht
voor de veiligheid en het comfort van de klant eveneens centraal. Kandidaat-bestuurders krijgen een theoretische vorming en een praktische opleiding met simulator alvorens onder begeleiding van een instructeur zich op het net te begeven. In de simulator worden specifieke eigenschappen van het net, incidenten, defecten en extreme omstandigheden met behulp van digitale 3D-beelden nagebootst.

Ontwaardingsapparaten

Om de taken van de bestuurder te verlichten, worden vanaf 1964 geleidelijk automatische ontwaardingsapparaten in de voertuigen geïnstalleerd. De bestuurder is namelijk naast het besturen van het voertuig, bij de stelselmatige verdwijning van de ontvanger, belast met de controle van de vervoerbewijzen. Bij het opstappen kan de reiziger zelf zijn ticket valideren. De laatste ontvangers zijn werkzaam tot 1978.

Dispatching Park

Sinds de ingebruikname van de metro bevinden zich de dispatchings verantwoordelijk voor het metroverkeer en het beheer van het elektriciteitsnet van de MIVB samen in het station Park. Achteraan wordt de status van het bovenleidingsnet en zijn voeding op het netplan weergegeven. De operatoren aan de verste tafel beheren en verdelen de elektriciteit op het hele net. Vooraan wordt de toenmalige premetrolijn tussen de Brouckère en Schuman beheerd.

Ticketverdeelautomaten

De reiziger kan, bij de ingebruikname van de premetro in 1969, via een ticketautomaat zijn vervoerbewijs kopen. Van toen af breidt het ondergrondse net stelselmatig uit. Zo wordt eind 1970 onder de Kleine Ring een tweede premetrolijn in gebruik genomen tussen Madou en de Naamsepoort en in 1976 wordt de noord-zuidas tussen het Noordstation en Lemonnier ingewijd. Premetrostation Kunst-Wet is het eerste waar de reiziger met een overstapticket tussen de lijnen kan overstappen.

Toegangspoortjes metro

In 1969 kan men enkel met een geldig vervoerbewijs de draaikruisen, die toegang tot de perrons van de premetro verschaffen, openen. Deze poortjes verdwijnen in het begin van de jaren 80 uit de metrostations, net zoals dat ook in andere steden de tendens is. Maar om de strijd tegen zwartrijden aan te gaan en om het veiligheidsgevoel van de reizigers te verhogen, worden in 2009 nieuwe poortjes geïnstalleerd. De MOBIB-kaart wordt in 2008 gelanceerd en moet stelselmatig de oude abonnementen en magnetische biljetten vervangen en opent de poortjes. Deze kaart moet de harmonisatie van de verschillende vervoerbewijzen vergemakkelijken. Daardoor kan de klant zich met één bewijs op de verschillende netten verplaatsen.

Onderhoudshal van de autobussen – Delta

Begin jaren 70 heeft de MIVB nood aan een nieuw complex met stel- en werkplaatsen om te kunnen beantwoorden aan de voortdurende uitbreiding van het autobuspark en de komst van de metro. Tussen 1972-1975 bouwt ze een gemend complex voor bus en metro in Delta. Met 21.600 m² oppervlakte beschikt de site over een onderhoudshal van 3500 m² voor de bus en parkeerplaatsen voor 180 bussen. Het eerstelijnsonderhoud bestaat met name uit de periodieke oliewissel en vervanging van alle filters, remmen, banden, …

Wasinstallatie

Het depot en het atelier aan de Koningslaan dateren uit het Tramways Bruxellois-tijdperk. De tram rijdt voorzichtig door de wasinstallatie, terwijl de zijkanten door twee borstels worden gereinigd. De voor- en achterzijde worden manueel ingezeept en afgespoten. De huidige volautomatische wasinstallatie is sinds 15 jaar in gebruik en beweegt over de stilstaande tram. Gemiddeld vinden de wasbeurten elke twee weken plaats, wat overeenkomt met ongeveer één wasbeurt om de 2.500 km. Via de opvang en het hergebruik van regenwater, kan het verbruik  aanzienlijk worden verminderd.

Vrouwelijke trambestuurder

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nemen de Tramways Bruxellois tijdelijk hun toevlucht tot vrouwen als ontvangers. De MIVB werft pas in de jaren 60 vrouwelijke ontvangers aan.
In 1964 neemt de MIVB, als eerste Belgische openbaarvervoersmaatschappij, vrouwelijke buschauffeurs en trambestuurders in dienst. Sindsdien levert de MIVB inspanningen om meer vrouwen aan te trekken, ook in meer technische beroepen. In 2014 is op het totaal van 7.625 personeelsleden 691 een vrouw.

Paleizenplein

De MIVB erft in 1954 onder meer 25 motorwagens met draaistellen van het type 5000 van de Tramways Bruxellois, die ze aankoopt voor de Wereldtentoonstelling van 1935. De tram wordt bediend door twee personeelsleden, een bestuurder en een ontvanger, bij wie de reizigers hun
vervoerbewijs kopen. In die periode stappen de reizigers achteraan op, waar zich de inningspost bevindt, en stappen ze vooraan uit. In tegenstelling tot de oude reclamepanelen, palmt de publiciteit vandaag een veel grotere zone op de voertuigen in.