Hoe onze trams tijdens de Groote Oorlog Brussel mee draaiende hielden

11 november 1918. Het einde van een vier jaar durende oorlog die de wereld heeft verwoest. Ook al bevindt het front zich in de Westhoek aan de IJzer, in Brussel gaat het leven gewoon verder. Maar wat zijn de gevolgen van de Groote Oorlog voor de Brusselaars en onze trams? Ze vervoeren niet alleen mensen, maar ook goederen. En fungeren ook als rouwkoetsen, brengen het linnen van en naar wasserijen, kinderen naar luchtkuren in de buitenwijken, transporteren huisvuil… Kortom ze houden mee de stad draaiende.

Een bewogen maand augustus

Begin augustus, het jaar 1914. België verliest zijn neutrale status en raakt betrokken in de oorlog met het Duitse keizerrijk. Er wordt gevochten rond Leuven en Halen. De gewonden komen massaal toe in de hoofdstad en vullen de Brusselse ziekenhuizen. De Tramway Bruxellois stellen in recordtijd 15 trams ter beschikking voor het vervoer van gewonden. Op één dag wordt het station van Schaarbeek aangesloten op het bestaande net, via de Militairelaan en er komen ook twee verbindinen naar de belangrijkste ziekenhuizen: Sint-Jan en Sint-Pieter.

19 augustus, 1914. De Duitsers trekken Leuven binnen. De Brusselse burgemeester Adolphe Max weet dat hij de Duitser moeilijk zal kunnen tegenhouden. Op de 21ste trekken de Duitse troepen Brussel binnen via de Leuvensesteenweg. Het begin van de besetting. Daags na de inval worden de “ambulancetrams” opgeschort. Het Duitse leger eist de meest prestigieuze gebouwen van de stad op.

2 September, 1914. Vertegenwoordigers van de Duitse regering installeren zich in de Wetstraat. Die dag ondervindt ons net de eerste gevolgen van de besetting: de trams mogen niet meer voor de ministeries en het parlement rijden.

 

Ambulancetram – (bron: Geschiedenis van het Openbaar Vervoer te Brussel – deel 1)

Omleidingen en beperkingen

Generaal Von Luttwitz, de militaire gouverneur in Brussel, verbiedt het gebruik van privéwagens, bromfietsen en fietsen. De Brusselaars kunnen zich dus nog nauwelijks snel verplaatsen. De trams worden het voornaamste vervoermiddel in Brussel.

Midden september, 1914. Zo worden onder meer lijnen 40 en 41 geschrapt en lijnen 82 en 28 beperkt. De eindpunten van lijnen 22 en 11 worden gewijzigd en lijnen 30, 31, 32, 33, 94 en 95 ingekort. De Duitsers en Brusselaars die voor de bezetter werken mogen gratis de tram gebruiken.

In oktober is de situatie stabiel, net als het front aan de IJzer, dat nog nauwelijks zal bewegen.

Nieuwe voertuigen en grote werken

Ondanks de bezetting nemen de Tramways Bruxellois progressief nieuwe trams van het type 1700 in dienst, die nog werden besteld voor de oorlog. Om het personeel in deze periode aan de slag te houden, worden grote werken gepland: herstellingen van rollend materieel en sporen, plaatsing van rangeer- en lussporen aan eindpunten bijvoorbeeld in Ukkel en Oudergem…

1916. Een hard jaar. Omdat de tegenstand tegen de bezetter toeneemt, komen er strenge regels: avondklok, boetes… Tegelijk wordt brandstof schaars. Met gevolgen voor de Brusselse trams: ze rijden op enkele uitzonderingen na niet meer na 19.30 uur!

Gevolgen van de schaarste

De Groote Oorlog zorgt voor schaarste. Er is bijvoorbeeld een tekort aan petroleum, waardoor nu kaarsen voor de verlichting zorgen van de trams. Muntstukken van één frank en 50 centiemen worden uit circulatie gehaald om er munitie van te maken. Als vervoerbewijs voert men een systeem van jetons in met een waarde van 5 en 10 centiemen, die controleurs van de Tramways Bruxellois verkopen op de hoofdzetel, in krammpjes van die tijd.

Speciaal vervoer

Tijdens de oorlog vervoeren de Brusselse trams een hele reeks goederen, voor zover ze te vervoeren zijn met een tram. Daarvoor worden onder meer 24 motorrijtuigen, 40 open bijwagens en 9 lorries omgebouwd. In totaal beschikt Brussel over 73 rijtuigen die op bepaalde dagen tot 900 ton bevoorrading vervoeren.

Naast de ambulancetrams, die dus maar 15 dagen rijden in het begin van de oorlog, vervoeren onze tram vooral meel. In 1917 breidt de dienst zich uit met vervoer van spek, vet, rijst, melk… In 2018 komen daar nog hout, groenten en aardappelen bij.

Maar de Tramways Bruxellois verzorgen ook andere diensten. Ze fungeren bijvoorbeeld als rouwkoetsen, vervoeren het linnen van wasserijen, brengen kinderen naar kuuroorden in de buitenwijken transporteren huisvuil…

Transport de lait – Histoire des Transports Publics à Bruxelles – Tome 1

Pas in 1919, enkele maanden na Wapenstilstand, komt er een einde aan deze speciale diensten. De tram bewijst in elk geval dat hij qua vervoer zowat alles aan kan.

De MIVB, dat zijn wij allemaal?
Als je weet wat de Tramways Bruxellois in die zwarte periode van diensten heeft verzekerd? Absoluut!