MIVB stories, welkom achter de schermen van de MIVB
MIVB stories, WELKOM ACHTER DE SCHERMEN VAN DE MIVB
MIVB stories

De metro viert zijn 50ste verjaardag

50 jaar metro mivb

De metro viert zijn 50ste verjaardag

In 2026 viert de Brusselse metro zijn 50ste verjaardag: een halve eeuw geschiedenis, anekdotes en dagelijkse ritten voor generaties van reizigers. Sinds de inhuldiging van de eerste kilometers in 1976 is de metro meegegroeid met Brussel en met de evolutie van de stad en haar inwoners. Achter de perrons, de metrostellen en de overstappen schuilt ook een menselijk, technisch en cultureel avontuur. Stap in voor een reis door de tijd… zonder overstap in Kunst-Wet.

Van premetro tot metro: een tijdlijn

  1. 1926

    Voor het eerst duiken plannen van een Brusselse “stadsspoorweg” op.

  2. 1957

    Brussel krijgt een eerste stukje ondergrondse tram: de Grondwettunnel, met station Lemonnier en de verbinding richting Zuidstation.

  3. 1969

    Koning Boudewijn opent de eerste premetrolijn tussen De Brouckère en Schuman. De volgende jaren wordt de premetro stelselmatig uitgebouwd.

  4. 1976

    Koning Boudewijn wijdt op 20 september de eerste echte Brusselse metrolijn in. Die verbindt De Brouckère via Merode met twee takken richting Tomberg en Beaulieu.

  5. 1985

    De metro groeit snel. Er zijn meer dan 10 stations bijgekomen, die steeds meer Brusselse wijken verbinden.

  6. 1988

    De premetro van de Kleine Ring wordt metrolijn 2, tussen Simonis en Zuidstation. De oostelijke tak rijdt nu tot Stokkel.

  7. 2000

    Nieuwe uitbreidingen brengen de metro onder meer naar Bizet, Clemenceau, Koning Boudewijn en Erasmus.

  8. 2009

    De metrolus sluit via Delacroix, Weststation en Beekkant. Het netwerk krijgt zijn huidige structuur met lijnen 1, 2, 5 en 6.

De bouw van de metro

Een metro bouwen in Brussel is meer dan gewoon een tunnel graven en twee sporen leggen. De Brusselse ondergrond is complex: kwetsbaar, zanderig, vol water en soms erg grillig. Om vooruit te raken moesten ingenieurs hun methodes aanpassen aan het terrein en aan de beperkingen van een al volledig gebouwde stad boven hun hoofd. Een deel van de trajecten volgde de bestaande spoorweginfrastructuur, maar Brussel doorkruisen van west naar oost vergde heel wat meer vindingrijkheid.

Sommige technieken die daarbij werden gebruikt, lijken bijna uit een film te komen. Zo was er de methode waarbij eerst muren werden gebouwd, daarboven een dekplaat werd geplaatst en pas dan daaronder werd gegraven. Er was dus al een “dak” nog voor de werken goed en wel begonnen. En dan was er ook nog het bevriezen van de bodem, waardoor arbeiders konden graven in steviger grond dankzij de koude. Dit zorgde voor opmerkelijke contrasten in 1976: tijdens een van de warmste zomers van de 20ste eeuw in België leek het voor sommigen alsof ze op de noordpool werkten. Onder de Côte d’Or-fabriek, tussen de bevroren grond enerzijds en de geur van chocolade anderzijds, zou de werf zelfs de bijnaam “Dame blanche” hebben gekregen. Typischer Brussels kan een anekdote moeilijk worden.

De sleutels van de metro

Voordat de Brusselse metro passagiers kon vervoeren, kende hij ook wel enkele momentjes van kunst- en vliegwerk. In 1974 kwam het eerste MX-metrostel van de MIVB, de 101, aan in de stelplaats Delta. Dat lokte heel wat volk: iedereen wilde die moderne oranje metro ontdekken, die later zou uitgroeien tot een vertrouwd beeld op het net. Alleen: toen men hem wilde openen… lukte dat niet. Een hangslot blokkeerde de toegang en de constructeur was de sleutels vergeten.

De oplossing? Het hangslot ter plaatse doorzagen. Om het interieur te kunnen bewonderen, moesten de genodigden zelfs via een ladder naar binnen. Kort daarna kwam ook stel 102 aan, maar bij gebrek aan een beschikbare locomotief heeft het personeel dat eigenhandig door de stelplaats moeten verplaatsen. De beginjaren van de Brusselse metro kenden dus ook hun portie improvisatie, plantrekkerij en opgestroopte mouwen. Gelukkig verliep het vervolg vlotter: de MX-stellen zouden een bekend onderdeel worden van de geschiedenis van de metro, en sommige rijden vandaag nog altijd op het net.

De inhuldiging van de metro

Op 20 september 1976 ontdekte Brussel een nieuw vervoermiddel, en dat zorgde voor een echt volksfeest. Zestien stations werden op dezelfde dag ingehuldigd, en de hele stad vierde mee. Straattheater, concerten, markten, animatie: de stad vierde haar metro terecht als een nieuwe mijlpaal in haar geschiedenis. Voor de gelegenheid had Toots Thielemans zelfs speciaal een lied gecomponeerd: ‘Metro’, de ideale Brusselse soundtrack bij deze historische dag.

Koning Boudewijn was de eerste officiële reiziger, met vertrek in De Brouckère richting Beaulieu. Telkens wanneer een hij nieuwe gemeente aandeed, stapte hij even uit om de burgemeester te begroeten. Dit protocol, typisch voor die tijd, was tegelijk erg symbolisch: Brussel stapte het tijdperk van de “echte” metro binnen. Die dag verruilde de hoofdstad een ondergronds net in aanbouw voor een werkende metro, die popelde om deel uit te maken van het dagelijkse leven.

De ontwikkeling van het net

In het begin vormde de in 1976 ingehuldigde lijn een soort Y: een gemeenschappelijke stam, met daarna twee takken die sterk deden denken aan een ganzenpoot. En die ganzenpoot zou al snel langer worden. Het net werd uitgebreid richting Sint-Katelijne en Demey. Daarna openden in de jaren 1980 maar liefst 19 nieuwe stations hun deuren. In 1988 werd lijn 2 een metrolijn op de Kleine Ring, tussen Simonis en Zuidstation, later werd de lus rondgemaakt tot in Weststation.

Op 50 jaar tijd kende de metro dus een stevige schaalvergroting. Wat begon met 11 kilometer net en 16 stations, is uitgegroeid tot een belangrijke as van de Brusselse mobiliteit. Vandaag telt de MIVB 4 metrolijnen en strekt het metronet zich uit over ongeveer 40 kilometer. Je kan dus wel zeggen dat de kleine ganzenpoot van toen best groot geworden is. En zijn belangrijkste rol blijft de metro steeds vervullen: Brussel snel en efficiënt verbinden.

Kunst in de metro

Zelfs in de ontwerpfase van de Brusselse metro was het niet de bedoeling om kille en anonieme stations te creëren. Integendeel: in de jaren 1960 dachten de ontwerpers aan een open, levendig en origineel ondergronds net, met een eigen identiteit voor elk station via zijn vorm, materialen, kleuren of afwerking. Kunst maakte dus vanaf het begin deel uit van het project: een manier om de ruimtes menselijker te maken, de stations een ziel te geven en de reizigers meer te bieden dan alleen een doorgangsplek. Vandaag sieren meer dan 90 permanente kunstwerken de perrons, gangen en lokettenzalen van de Brusselse metro. Schilderijen, beeldhouwwerken, foto’s, glasramen, werken in staal, brons, glas of hout: ondergronds Brussel kruidt je dagelijkse verplaatsingen met een stevige dosis kunst, soms zelfs zonder dat je het merkt.

Uitgerekend dat maakt de Brusselse metro zo bijzonder. Elk station heeft een verrassing in petto: de veelkleurige tulpen in Sint-Katelijne, de hangende sculpturen in Graaf van Vlaanderen, de grote foto’s in Weststation of het gevoel in Alma dat je door een bos wandelt. Sommige werken nemen een volledige muur in, andere ontdek je in een detail, een motief, een lichtinval of een materiaal. Zo wordt het net een voor iedereen toegankelijke kunstgalerij, zonder reservatie, zonder wachtrij aan de ingang, en met om de paar minuten een metrostel.

Een plek waar wordt geleefd

De Brusselse metro is niet alleen een plek waar je op je metro wacht en naar de aankomsttijd staart. Het is ook een decor, een ontmoetingsplek, een vaste halte op weg naar de grote momenten van de stad. Sommige stations zijn herkenbaar geworden door hun architectuur, hun sfeer of hun erg fotogenieke karakter. Pannenhuis bijvoorbeeld, met zijn seventieslook, ovale vormen en oranje accenten, diende zelfs als decor voor een clip van de Belgische dj Henri PFR.

De metro maakt ook uitstappen, concerten, wedstrijden, festivals en grote Brusselse evenementen mogelijk. In 2024 verzorgde de MIVB meer dan 1,65 miljoen ritten naar concerten en events, met extra maatregelen zoals shuttles, verhoogde frequenties of Event Passes. En dan zijn er nog alle onverwachte verhalen, die geen enkele dienstregeling kan voorspellen: een ontmoeting, een verloren voorwerp dat wordt teruggevonden, een kat in een metro, of zelfs een baby die in Beekkant werd geboren, waarna de halte voor de gelegenheid ‘BébéKant’ werd gedoopt.

Vijftig jaar na de inhuldiging doet de Brusselse metro nog altijd veel meer dan reizigers vervoeren. Hij vertelt het verhaal van een stad, haar uitdagingen, haar evoluties, haar grote evenementen en haar kleine onverwachte momenten. Een ondergronds verhaal dat we elke dag doorkruisen. Een verhaal dat we allen helpen schrijven, en waarvan de beste hoofdstukken nog moeten komen!

Gerelateerde artikelen
Deel